Trainingsschema voor beginnende wielrenners: acht weken opbouw

Beginnende wielrenner traint volgens een schema op een rustige weg in een Nederlands polderlandschap

Waarom een schema je verder brengt dan losse ritten

Veel beginners rijden in hun eerste maanden precies hetzelfde rondje, even hard, tot het verveelt of het lichaam protesteert. Dat is jammer, want met een minimale structuur haal je veel meer uit dezelfde uren. Een opvallend cijfer uit het Nederlandse wielerlandschap zet dat in perspectief: het gemiddelde aantal ritten per wielrenner per jaar is gezakt van vijf naar vier. Wie weinig rijdt, kan zich verspilling van die schaarse ritten dus helemaal niet veroorloven. Juist dan telt het dat elke training een doel heeft.

Dit schema beslaat acht weken en is bedoeld voor iemand die net begint of na een lange pauze terugkeert. Het vraagt geen vermogensmeter, geen indoor trainer en geen wekelijkse marathonritten. Het vraagt drie momenten per week en de discipline om je in te houden wanneer je je goed voelt. Dat laatste is de moeilijkste regel, en tegelijk de belangrijkste.

Voor wie dit schema is en de uitgangspunten

Een eerlijke vraag voordat je begint: voor wie werkt dit en voor wie niet? Het schema gaat ervan uit dat je redelijk gezond bent, een racefiets of een degelijke sportieve fiets hebt, en dat een rit van een uur je momenteel net niet of net wel lukt. Topsport-ambities horen hier niet thuis; basis leggen wel.

Het eerste uitgangspunt is frequentie boven omvang. Drie ritten van een uur in een week bouwen meer op dan één rit van drie uur, omdat je lichaam vaker de prikkel krijgt om zich aan te passen en tussendoor herstelt. Dat sluit ook aan bij de realiteit van de Nederlandse wielrenner, die gemiddeld op vier ritten per jaar uitkomt en dus baat heeft bij regelmaat in plaats van losse heldendaden. Verdeel je drie momenten liefst over de week, bijvoorbeeld dinsdag, donderdag en het weekend, zodat er telkens een dag rust tussen zit.

Het tweede uitgangspunt is dat de meeste ritten rustig moeten voelen. Een veelgemaakte denkfout is dat training pijn moet doen om te werken. Bij het leggen van een basis is het omgekeerde waar: het overgrote deel van je kilometers rijd je op een tempo waarbij je nog een gesprek kunt voeren. Dat is geen luiheid, dat is de motor waarop duursport draait. En houd er rekening mee dat veel van die kilometers in je eentje zullen zijn, want bijna zestig procent van de wegrenners rijdt solo. Een schema is dan je trainingsmaatje: het bepaalt wat je doet wanneer er niemand naast je rijdt om je af te remmen of aan te jagen.

Het acht weken-schema week voor week

Hieronder staat de opbouw. Reken op drie ritten per week. De tijden zijn richtlijnen, geen wetten – wie ruimer in zijn tijd zit mag iets uitlopen, wie het zwaar heeft mag inkorten zonder schuldgevoel.

Week één en twee draaien om gewenning. Drie rustige ritten van veertig tot zestig minuten, allemaal op een tempo waarbij je makkelijk kunt praten. Het doel is niet conditie, het doel is dat je achterwerk, je handen en je nek wennen aan het uren in dezelfde houding zitten. Voel je je na twee weken nog fris, dan ben je klaar voor de volgende stap.

Week drie en vier brengen de eerste structuur. Twee rustige ritten blijven staan, maar in de derde rit stop je twee blokjes van vijf minuten waarin je net iets harder rijdt – niet vol, maar merkbaar steviger dan je praattempo. Tussen de blokken rij je rustig uit. Je leert zo het verschil voelen tussen gemak en inspanning, en dat onderscheid is goud waard voor de rest van je wielercarrière.

Week vijf en zes verlengen je langste rit naar zeventig of tachtig minuten en maken de intervallen iets pittiger: drie blokken van vijf minuten, of twee blokken van acht. De andere twee ritten blijven bewust rustig. Dit is de fase waarin de meeste mensen de neiging krijgen om elke rit hard te maken. Doe dat niet. De rustige ritten zijn wat de inspanningsritten mogelijk maken.

Week zeven en acht zijn de oogst. Je langste rit gaat richting de negentig minuten, je voelt je sterker en herstelt sneller. In week zeven bouw je nog iets op, in week acht doe je het bewust rustiger aan zodat je fris uit het blok komt. Aan het einde van deze acht weken rijd je anderhalf uur uit zonder in te storten, en heb je een basis waarop alles wat daarna komt verder bouwt.

Een opmerking over de weekendrit, want die is in dit schema de belangrijkste van de drie. Dat is je langste rit, en het is de plek waar je je duurvermogen opbouwt. Houd hem juist daar rustig: de verleiding is groot om in het weekend, met meer tijd en frissere benen, voluit te gaan, maar dat ondermijnt het doel. De lange rit moet je benen leren om uren achtereen te blijven draaien, niet om kort te knallen. Wie zijn weekendrit consequent rustig en lang houdt, merkt na acht weken dat afstanden die eerst onmogelijk leken, ineens binnen bereik liggen.

Intensiteit en herstel goed doseren

Het deel waar schema’s sneuvelen is niet de training zelf, maar het herstel. Mensen onderschatten hoe hard de dagen tussen de ritten meetellen. Op een rustdag word je sterker, niet op de fiets. Wie dat negeert en zeven dagen achter elkaar trapt, gaat achteruit in plaats van vooruit.

Hoe weet je of je de juiste intensiteit te pakken hebt? Twee simpele controles. Bij een rustige rit moet je in volzinnen kunnen praten; lukt dat niet, dan rij je te hard voor een hersteltempo. Bij een intervalblok mag praten juist moeilijk worden, maar je moet het blok wel kunnen afmaken in hetzelfde tempo waarin je begon. Zakt je tempo in de tweede helft van een blok weg, dan was je startpunt te ambitieus.

Slaap, eten en stress doen de rest. Een slechte nachtrust of een drukke werkweek verlaagt je hersteltempo, en dan is een training overslaan slimmer dan hem forceren. Dat brengt me bij de laatste schakel die dit schema af maakt: efficiënt trappen. Hoe vlot je pedaleert bepaalt mede hoe zwaar een inspanning aanvoelt en hoe snel je herstelt. Ik heb apart uitgelegd hoe je daaraan werkt in een stuk over cadans en hartslag bij het wielrennen. Combineer dat met dit schema, en je legt in acht weken een fundament waar je jarenlang op vooruitrijdt.

Hoeveel uur per week kost dit schema?

Reken op drie ritten per week, samen tussen de twee en vier uur, afhankelijk van de fase. In de eerste weken zit je rond de twee tot drie uur, tegen het einde rond de drie tot vier uur. Belangrijker dan het totaal is de regelmaat: drie kortere ritten werken beter dan een enkele lange.

Wat doe ik als ik een trainingsweek mis?

Een gemiste week is geen ramp. Pik de draad op bij de week die je oversloeg in plaats van door te springen, zodat de opbouw netjes blijft. Mis je door ziekte meerdere weken, begin dan een fase eerder dan waar je was gebleven en laat je lichaam rustig weer wennen.

Gemaakt door de redactie van 'Wielrennen Nederland'.