Klimtraining voor wielrenners in een vlak land: zo word je sterker bergop

Sterker klimmen zonder een berg in de buurt
Het klinkt als een onmogelijke opdracht: trainen om beter te leren klimmen terwijl je in een land woont dat zo plat is dat een viaduct al als hoogtepunt geldt. Toch lukt het Nederlandse renners al generaties lang om sterke klimmers te worden, en het bewijs daarvan rijdt rond in de internationale toppelotons. Met ruim anderhalf miljoen wielersporters in dit land en een groeiende ambitie om in heuvelachtig buitenland of in Limburg te rijden, is de vraag hoe je klimkracht ontwikkelt in een vlakke omgeving urgenter dan ooit.
In dit stuk laat ik zien dat het wel degelijk kan. Ik bespreek hoe je klimmen traint zonder bergen, hoe je de bescheiden hoogteverschillen die Nederland wél biedt slim benut, en welke rol de verhouding tussen vermogen en gewicht speelt. Dit gaat over methodiek en training, niet over een specifieke regio of over de wind; het is een praktische gids voor iedereen die bergop sterker wil worden vanuit het vlakke land.
Klimmen trainen zonder bergen
De eerste vraag is fundamenteel: hoe train je iets wat je in je directe omgeving niet kunt doen? Het antwoord is geruststellend, want klimmen is voor een groot deel gewoon vermogen leveren, en dat kun je overal trainen.
De kern van klimmen is het vermogen om langdurig kracht te leveren tegen de zwaartekracht in. Dat vermogen ontwikkel je niet alleen op een berg, maar evengoed op het vlakke, door gericht te trainen op de inspanning die een klim van je vraagt. Lange, gelijkmatige inspanningen op een stevig tempo bootsen de aanhoudende belasting van een beklimming na, en intervallen waarin je een paar minuten ver boven je comfortzone rijdt, trainen precies het systeem dat je op een helling aanspreekt. Omdat bijna zestig procent van de wegrenners standaard solo rijdt, is dit bovendien iets wat je prima in je eentje kunt doen: je hebt er geen groep voor nodig, alleen een vlak stuk weg, een fietscomputer en de discipline om de inspanning vol te houden. Veel renners ontdekken dat hun klimvermogen aanzienlijk verbetert na een winter van gerichte vermogenstraining op het vlakke, ook al hebben ze in die periode geen meter geklommen.
Er is nog een aspect van klimmen dat je uitstekend op het vlakke kunt oefenen, en dat te vaak vergeten wordt: de techniek van het tempo verdelen. Beginners die voor het eerst een echte helling oprijden, gaan bijna altijd te hard van start, ontploffen halverwege en moeten de rest strompelend afmaken. Dat is geen kwestie van te weinig kracht, maar van verkeerde tempobeheersing, en die kun je trainen door op het vlakke te leren rijden op een vast, hoog inspanningsniveau dat je een paar minuten volhoudt zonder in te storten. Leer voelen waar je grens ligt en hoe het is om daar net onder te blijven, en je vertaalt dat rechtstreeks naar de helling. Combineer dat met het oefenen van een rustige, ronddraaiende cadans in plaats van zwaar wringen, en je hebt twee klimvaardigheden onder de knie nog voordat je een echte berg hebt gezien. Klimmen is voor een groot deel hoofdwerk, en dat hoofdwerk leer je overal.
Dijken, viaducten en herhalingen
Toch is Nederland minder vlak dan het lijkt, en wie goed zoekt, vindt overal kleine hoogteverschillen om mee te werken. De truc is om die bescheiden hellingen slim en herhaald in te zetten.
Dijken, viaducten, snelwegopritten, bruggen en de flanken van kunstmatige heuvels bieden allemaal een korte klim, en hoewel ze in hun eentje niets voorstellen, worden ze waardevol door herhaling. Door zo’n helling tien, vijftien of twintig keer achter elkaar te beklimmen, met telkens een rustige afdaling ertussen, stapel je de klimmeters op en train je precies de kracht en het ritme die je op een echte beklimming nodig hebt. Dit soort herhalingstraining is bij Nederlandse renners een beproefde methode, en de monotonie ervan is meteen een mentale training: leren doorzetten als het saai en zwaar wordt, is op een lange col net zo bruikbaar als sterke benen. Wie het echte heuvelwerk wil ervaren, kan natuurlijk altijd richting het zuiden trekken, waar Limburg een schat aan beklimmingen biedt; de mooiste routes en hellingen daar heb ik beschreven in mijn stuk over wielrenroutes in Limburg. Maar voor de wekelijkse training is een dijk om de hoek vaak praktischer en minstens zo effectief.
Vermogen en gewicht
Tot slot de natuurkunde die alles bepaalt, want klimmen draait uiteindelijk om één simpele verhouding. Begrijp je die, dan weet je waar je winst te halen valt.
Hoe snel je een helling op gaat, hangt vooral af van de verhouding tussen je vermogen en je gewicht: hoeveel watt je levert per kilogram lichaamsgewicht. Een lichtere renner met hetzelfde vermogen klimt sneller, en een zwaardere renner moet meer vermogen leveren om hetzelfde tempo te halen. Dat geeft je twee knoppen om aan te draaien. De eerste is je vermogen vergroten, met de gerichte vermogens- en intervaltraining die je ook op het vlakke kunt doen. De tweede is je gewicht beheersen, al moet dat altijd op een gezonde, verstandige manier en nooit ten koste van je gezondheid of je energie voor de training. Voor de meeste recreatieve renners zit de grootste en gezondste winst in het vergroten van het vermogen, niet in het najagen van een laag gewicht. Train consequent, bouw je vermogen geduldig op, en je zult merken dat de hellingen die je vroeger vreesde, gaandeweg een stuk vriendelijker worden, ook al woon je in het platste deel van het land.
Een laatste, vaak onderschat element van klimmen is het materiaal en de versnellingskeuze. Wie uit een vlakke streek komt, is gewend aan zware verzetten en hoge snelheden, maar op een steile helling heb je juist lichte versnellingen nodig om je benen te laten ronddraaien in plaats van te wringen. Het loont om je fiets daarop voor te bereiden voordat je het heuvelland in trekt: een ruimer bereik aan achtertandwielen of een kleiner voorblad kan het verschil maken tussen comfortabel klimmen en stilvallen halverwege. Ook je bandenspanning en gewicht aan de fiets tellen mee, al is dat fijnregeling vergeleken met de motor in je eigen benen. Het belangrijkste blijft de combinatie van geduldig opgebouwd vermogen, beheerste tempoverdeling en een passende versnelling. Met die drie op orde verbaast menig vlakke-land-renner zichzelf zodra hij voor het eerst een echte helling oprijdt en merkt hoeveel van zijn training daadwerkelijk is blijven hangen.
Hoe train ik klimmen als ik in een vlakke regio woon?
Klimmen is voor een groot deel vermogen leveren tegen de zwaartekracht in, en dat train je ook op het vlakke met lange, gelijkmatige inspanningen en intervallen ver boven je comfortzone. Benut daarnaast dijken, viaducten en bruggen door ze herhaald te beklimmen, met rust ertussen. Veel renners verbeteren hun klimvermogen aanzienlijk zonder ooit een echte berg te zien.
Helpt indoortraining om beter te leren klimmen?
Ja. Op een indoor trainer kun je heel gericht vermogen en intervallen trainen, los van weer en wind, en sommige platforms simuleren zelfs de weerstand van een klim. Omdat klimkracht vooral neerkomt op het vermogen dat je per kilogram levert, is gestructureerde indoortraining een effectieve manier om bergop sterker te worden, juist in de wintermaanden wanneer buiten trainen lastig is.
Gemaakt door de redactie van 'Wielrennen Nederland'.
