Gemiddelde snelheid op de racefiets: wat is normaal en wat bepaalt het

De cijfer-obsessie die elke wielrenner kent
Er bestaat geen wielrenner die nooit halverwege een rit naar zijn fietscomputer heeft gegluurd om te zien hoe het gemiddelde ervoor staat. Het is bijna een verslaving, dat ene getal in kilometers per uur dat we gebruiken om onszelf te beoordelen. Het probleem is dat het op zichzelf weinig zegt. Een gemiddelde van tweeëndertig over een vlakke route met de wind in de rug is iets totaal anders dan zesentwintig over een heuvelachtig parcours met tegenwind, en toch staart iedereen zich blind op het kale cijfer.
In dit stuk gaat het niet om de vraag hoe snel de gemiddelde wielrenner rijdt – dat hangt van te veel af om in één getal te vatten. Het gaat om iets nuttigers: wat een normale snelheid is voor jouw situatie, welke factoren dat getal omhoog of omlaag duwen, en hoe je je gemiddelde verstandig kunt verhogen. Want zodra je begrijpt waar het getal vandaan komt, stop je met je eraan te ergeren en begin je het te gebruiken.
Wat is een normale snelheid eigenlijk
Laat ik beginnen met geruststelling, want daar hebben de meeste mensen die deze vraag stellen behoefte aan. Een beginner die op vlak terrein een rit van een uur of twee volhoudt op een gemiddelde tussen de twintig en vijfentwintig kilometer per uur, doet het prima. Dat voelt voor veel starters traag, omdat de profs op tv met vijftig over de weg vliegen, maar die vergelijking is zinloos. Profs rijden in een gesloten peloton, op materiaal van tienduizenden euro’s, met jaren training in de benen.
Naarmate je traint, schuift die band omhoog. Een gevorderde recreant zit op solo-ritten al snel tussen de zevenentwintig en tweeëndertig, en wie veel in groepen rijdt of echt gericht traint, gaat daar nog overheen. Maar – en dit is het belangrijkste dat ik beginnende rijders meegeef – een hoger gemiddelde is geen doel op zich. Het is een gevolg. Het komt vanzelf als je conditie groeit, je techniek verbetert en je je beter leert verhouden tot wind en wegdek. Jagen op het getal zelf leidt vaker tot blessures dan tot snelheid.
De factoren die je snelheid bepalen
Hier wordt het interessant, want je gemiddelde is de optelsom van een handvol krachten die voortdurend tegen je werken, en de grootste daarvan kun je beïnvloeden. Snap je die, dan snap je je eigen cijfer.
Veruit de grootste sloper van je snelheid is luchtweerstand. Boven de pakweg vijfentwintig kilometer per uur gaat het overgrote deel van je energie niet naar vooruitkomen, maar naar het wegduwen van de lucht voor je. Dat verklaart waarom een iets diepere houding op het stuur en smallere kleding meer schelen dan de meeste mensen denken, en waarom wind alles bepaalt – daarover zo meer. De tweede factor is het terrein: elke hoogtemeter en elke bocht waarin je moet afremmen kost tempo dat je daarna terug moet veroveren.
De derde, en de meest onderschatte, is of je alleen of samen rijdt. Het effect van het wiel van een ander is enorm. Wie achter iemand zit, hoeft de lucht niet zelf weg te duwen en bespaart afhankelijk van de snelheid al gauw een kwart tot een derde van de energie. Dat is geen detail, dat is het verschil tussen thuiskomen met frisse of met lege benen. En toch rijdt bijna zestig procent van de Nederlandse wegrenners standaard solo, en gaat dat voordeel dus aan een groot deel van de sport voorbij. Breder bekeken fietst zelfs vierentachtig procent van de wielrenners weleens alleen, terwijl iets minder dan de helft ook in groepsverband rijdt – wie het gemiddelde echt omhoog wil, vindt in die groep de snelste gratis winst die er is.
Tegenwind verdient een eigen behandeling, want in een vlak land als het onze is het de grootste variabele van allemaal. Hoe je daar techniek tegenover zet, heb ik uitgewerkt in een apart stuk over fietsen tegen de wind. Het is geen toeval dat ervaren Nederlandse renners daar bijna een vak van maken.
Zo verhoog je je gemiddelde verstandig
Nu het nuttige deel: hoe krijg je dat getal omhoog zonder jezelf te slopen? Het antwoord ligt zelden in keihard trappen, en bijna altijd in slimmer rijden.
Werk eerst aan je houding. Een vlakkere rug en je handen in de beugels van het stuur in plaats van bovenop verminderen je luchtweerstand merkbaar, zonder dat je een watt extra hoeft te leveren. Het kost even gewenning en wat lenigheid, maar het is de goedkoopste snelheidswinst die bestaat. Train daarnaast je vermogen om langer op een steviger tempo te blijven, met de intervalblokken die in elk degelijk opbouwschema zitten. En leer constant te rijden: wie afwisselt tussen sprintjes en uitbollen verspilt energie, terwijl een gelijkmatig tempo over de hele rit een hoger gemiddelde oplevert bij dezelfde inspanning.
Er zijn nog een paar onderschatte schroefjes waaraan je kunt draaien. Je bandenspanning bijvoorbeeld: te hard opgepompt stuitert je band over het Nederlandse asfalt en kost je tempo, terwijl een iets lagere druk vaak juist sneller rolt en comfortabeler rijdt. Je gewicht telt mee op elke helling, hoe bescheiden de Nederlandse hellingen ook zijn. En de staat van je aandrijving doet er meer toe dan mensen denken: een vuile, droge ketting vreet stilletjes aan je snelheid, terwijl een schone, gesmeerde ketting gratis een paar tienden teruggeeft.
Maar de allergrootste vergissing die ik renners zie maken in hun jacht op een hoger gemiddelde, is dat ze elke rit een wedstrijd tegen het getal maken. Wie altijd voluit gaat, bouwt nooit de rustige basis op die hem op termijn écht sneller maakt, en raakt bovendien sneller geblesseerd of opgebrand. De wielrenner die zijn cijfer het hardst ziet stijgen is bijna nooit degene die het hardst zijn best doet, maar degene die het slimst met wind, houding, materiaal en tempo omgaat – en die genoeg geduld heeft om de rustige ritten ook echt rustig te houden.
Welke gemiddelde snelheid is goed voor een beginner?
Op vlak terrein is een gemiddelde tussen de twintig en vijfentwintig kilometer per uur over een rit van een tot twee uur een prima beginnersniveau. Vergelijk jezelf niet met de profs op tv, en onthoud dat een hoger cijfer vanzelf komt naarmate je conditie en techniek groeien.
Hoeveel scheelt meerijden in een groep qua snelheid?
Veel. Wie in het wiel van een ander zit, bespaart afhankelijk van de snelheid al snel een kwart tot een derde van de energie omdat hij de luchtweerstand niet zelf hoeft te trotseren. Bij hetzelfde gevoel van inspanning rij je in een groep dus duidelijk harder dan in je eentje.
Gemaakt door de redactie van 'Wielrennen Nederland'.
